Sterke binnensteden ontstaan niet vanzelf.

Over ecosystemen, ondernemerschap en de rol van het beleid

Soms heb je gesprekken waarbij je na enkele minuten voelt dat je naar dezelfde werkelijkheid kijkt, alleen vanuit een andere positie. Dat was precies wat er gebeurde tijdens mijn kennismaking met Martine Van Dommele. We volgden elkaar al een tijd op LinkedIn en besloten om elkaar beter te leren kennen. Wat begon als een online gesprek, groeide al snel uit tot een inhoudelijke uitwisseling over binnensteden, ondernemerschap en de rol van beleid. En vooral: over hoe die drie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Martine benoemde het scherp: een binnenstad is geen verzameling winkels, horeca en gebouwen, maar een ecosysteem. Een systeem waarin ondernemers, vastgoed, beleid, bewoners, bezoekers en cultuur voortdurend op elkaar inwerken. Wanneer één element verschuift, heeft dat impact op het geheel. Die manier van kijken sluit naadloos aan bij wat ik zelf al jaren ervaar in het veld. Je kan geen handelskern versterken door enkel naar retail te kijken. Je moet begrijpen hoe het geheel functioneert en waar het schuurt.

In mijn werk, onder andere via UNIZO en mijn rol als centrummanager in Oudenaarde, begeleid ik starters en bestaande ondernemers. Wat telkens terugkomt, is dat we bijzonder veel verwachten van ondernemers. Ze moeten een sterk concept ontwikkelen, financieel onderbouwd werken, zichtbaar zijn, operationeel sterk draaien en tegelijk flexibel inspelen op verandering. Maar zelden bieden we hen een omgeving waarin al die elementen samenkomen. Wat mij in het gesprek met Martine raakte, was de gedeelde overtuiging dat sterke binnensteden niet ontstaan door individuele topprestaties, maar door een systeem dat klopt.

We spraken over trajecten in Vlaanderen en Nederland, over coaching, conceptontwikkeling, digitalisering, leegstand, mobiliteit en campagnes. Onder al die thema’s zat één constante vraag: hoe vertaal je visie naar iets dat werkt in de praktijk? In Oudenaarde zie ik hoe kleine, gerichte ingrepen een groot verschil kunnen maken. Een starter op de juiste plek positioneren, een leegstaand pand tijdelijk activeren, een vastgoedeigenaar anders laten kijken naar zijn pand of een netwerkmoment organiseren dat nieuwe verbindingen legt. In Tilburg werkte Martine aan trajecten waarin ondernemers teruggingen naar hun kern: waarom bestaan we en wat maakt ons relevant? 

Een belangrijk spanningsveld dat in ons gesprek naar voren kwam, is de verhouding tussen data en intuïtie. We hebben nood aan cijfers om te begrijpen wie onze bezoekers zijn, hoe ze zich verplaatsen en wat de impact is van beleidskeuzes. Tegelijk vertellen cijfers nooit het volledige verhaal. Je moet ook voelen hoe een stad werkt. Dat vraagt aanwezigheid op het terrein, gesprekken met ondernemers en het aanvoelen van straten en plekken. Wat op papier logisch lijkt, werkt in de praktijk soms helemaal anders.

Mobiliteit kwam daarbij naar voren als een van de meest gevoelige thema’s. De balans tussen leefbaarheid, bereikbaarheid en economische realiteit is fragiel. Beslissingen rond mobiliteit zijn zelden puur technisch; ze hebben directe gevolgen voor ondernemers en bezoekersstromen. Te snel ingrijpen zonder inzicht kan schadelijk zijn, maar te lang wachten evenzeer. Mobiliteit is een cruciale hefboom binnen het stedelijk ecosysteem.

Ook leegstand kwam uitgebreid aan bod. Niet als probleem op zich, maar als een signaal. Leegstand toont waar het systeem wringt, waar concepten niet meer werken en waar ruimte ontstaat voor nieuwe invullingen. Het vraagt geen standaardoplossingen, maar gerichte verbindingen tussen eigenaars, ondernemers en beleid. Of het nu gaat om tijdelijke invullingen, nieuwe concepten of het activeren van een specifieke zone, de kracht zit in het samenbrengen van de juiste partijen rond een gedeelde ambitie.

Wat mij vooral bijblijft uit dit gesprek, is hoe sterk onze werelden op elkaar aansluiten. We werken allebei vanuit praktijkervaring als ondernemer, op het snijvlak van strategie en uitvoering, en in samenwerking met een netwerk van experten. Die combinatie zorgt ervoor dat ideeën niet blijven hangen op papier, maar vertaald worden naar de realiteit op straat. Sterke binnensteden ontstaan niet vanzelf. Ze vragen richting, samenwerking en ruimte voor ondernemerschap.

Dit soort gesprekken bevestigt voor mij waarom ik met KERN KRACHT werk zoals ik werk. Niet om plannen te maken die in een lade verdwijnen, maar om structuur te brengen, mensen te verbinden en ideeën tastbaar te maken. De echte impact zit zelden in één actie, maar in het samenspel van mensen, plekken en keuzes. Ik kijk ernaar uit om dit gesprek met Martine verder te zetten, en om elkaar binnenkort ook fysiek te ontmoeten, in een stad die we samen kunnen lezen.

Volgende
Volgende

Andermans Zaken